SGA studie

Een kind is ‘te klein’ bij de geboorte, indien geboortelengte en/of -gewicht te klein zijn voor de zwangerschapsduur. In medische termen heet dit Small for Gestational Age (SGA). Ongeveer 15% van deze SGA-geboren kinderen haalt de achterstand in groei niet in en zal steeds te klein blijven. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat behandeling met groeihormoon bij te kleine SGA-kinderen veilig en effectief is wanneer wordt gestart op jonge leeftijd (vanaf vier jaar). Het is nog onbekend hoe effectief de behandeling is wanneer op oudere leeftijd, zelfs pas in de puberteit, wordt gestart.       

 

Doelstellingen

De SGA-studie onderzoekt de effectiviteit van groeihormoonbehandeling, wanneer wordt gestart op een leeftijd van 8 jaar of ouder. Gekeken wordt of een dubbele dosis groeihormoon (2mg/m²/dag) gedurende de puberteit resulteert in een betere volwassen lengte, ten opzichte van een enkele dosis groeihormoon (1mg/m²/dag). Een deel van de te kleine SGA geboren kinderen komt relatief vroeg in de puberteit (wanneer zij nog kleiner zijn dan 140 cm). De SGA-studie onderzoekt of het uitstellen van de puberteit in combinatie met groeihormoonbehandeling een langere eindlengte tot gevolg heeft. Tevens worden veiligheidsaspecten onderzocht; bijvoorbeeld lichaamssamenstelling (hoeveelheid vetmassa, hoeveelheid spiermassa en de botdichtheid), de suikerstofwisseling en de insulinegevoeligheid voor, tijdens en na groeihormoonbehandeling.

 

Werkwijze

In de SGA-studie zijn kinderen boven de 8 jaar geïncludeerd die al dan niet in de puberteit zijn. Voor start van de puberteit worden kinderen behandeld met de standaard groeihormoonbehandeling.

Wanneer de kinderen aan het begin van de puberteit zijn, wordt door middel van loting (randomisatie) bepaald of zij 1 mg/m2/dag of 2 mg/m2/dag groeihormoon krijgen. Indien de kinderen bij start van de puberteit kleiner zijn dan 140 cm, wordt bovendien middels Lucrin gedurende 2 jaar de puberteit geremd, waardoor zij twee jaar langer de tijd krijgen om te groeien.

Elke 3 maanden worden de kinderen in één van de tien deelnemende Nederlandse centra poliklinisch gezien door de medewerkers van Stichting Kind en Groei. Hier worden ze gemeten, gewogen en lichamelijk onderzocht. Sinds de start in 2003 verleenden 142 patiënten hun medewerking aan de studie. Er worden thans geen kinderen meer geïncludeerd.

Puberteitsuitstel:

De puberteit komt op gang door een pieksgewijze afgifte van het hormoon GnRH. GnRH stimuleert de hypofyse, een klier in de hersenen, tot afgifte van de puberteitshormonen LH en FSH. Deze puberteitshormonen zorgen vervolgens dat de geslachtsorganen, namelijk de eierstokken of de zaadballen, worden geactiveerd. Lucrin is een stof, gelijk aan het GnRH. Door dit elke 4 weken als onderhuidse voorraad te injecteren, ontstaat er weer een continue spiegel van GnRH, in plaats van de pieken die voor de puberteit zorgen. Lucrin zal er voor zorgen dat de puberteit stil komt te liggen. Na twee jaar Lucrin zal de puberteit zich weer net zo voortzetten, als dat het eerder begon.

Geslachtshormonen man (links) vrouw (rechts)
Bron: http://www.brusselsivf.be/user_images/illustraties/Hormonen

 

Resultaten

Sinds 2003 worden kinderen in het kader van de SGA-studie behandeld met groeihormoon, eventueel in combinatie met puberteitsuitstel. In november 2008 is dr. Daniëlle C.M. van der Kaay op enkele genetische vraagstukken en de eerste korte termijn resultaten van de SGA-studie gepromoveerd, getuige haar proefschrift “Short Children Born Small for Gestational Age”:

- De Lucrin behandeling leidt tot een effectieve onderdrukking van de centrale puberteit; aangetoond door zowel klinische stilstand van de puberteitskenmerken, als de prepubertaire LH en FSH secretiepatronen tijdens nachtopname. In het figuur hieronder is het verschil duidelijk zichtbaar; LH pieken voor start Lucrin (open vakjes) en continu lage LH spiegel na 3 maanden Lucrin (zwarte vakjes).

- De afkapwaarde van de GnRH agonist test (test voor aantonen centrale puberteit) is mogelijk te laag, gezien het feit dat deze test bij 33% van de meisjes en bij bijna de helft van de jongens ten onrechte een onvoldoende onderdrukking van de puberteit aangaf tijdens Lucrin behandeling.

- Kleine SGA geboren kinderen die worden behandeld met Lucrin en 1 mg of 2 mg groeihormoon/m²/dag vertonen een dosisafhankelijke stijging van groeihormoon en IGF-I (Insulin-like-growth-factor-I) spiegels, alsmede van de 1e jaars groeirespons. De korte termijn resultaten suggereren dat behandeling met Lucrin in combinatie met 2 mg/m²/dag mogelijk effectiever is dan met 1 mg/m²/dag. Voordat er definitieve conclusies kunnen worden getrokken, moeten de lange termijn resultaten worden afgewacht.

Genetisch onderzoek van dr. Daniëlle C.M. van der Kaay, Department of Endocinology of Centre Hospitalier Universitaire Ste-Justine in Montréal, Canada:

- Een genetische variatie in de IGFBP1 promoterregio is geassocieerd met IGFBP-1 spiegels en de relatie tussen insulinesecretie en IGFBP-1 spiegels. IGFBP-1 speelt zeer waarschijnlijk een rol binnen de complexe interacties tussen de IGF-IGFBP as, de glucosehuishouding en het lipidenmetabolisme.

- Een genetische variatie in IGFBP3 promoterregio is geassocieerd met IGFBP-3 spiegels, spontane groei alsmede groeirespons tijdens de GH-behandeling.

Het vervolgen van deze groep kinderen tot de volwassen lengte is noodzakelijk voordat kan worden geconcludeerd welke dosis groeihormoon, naast Lucrin, tot de meest optimale volwassen lengte leidt zonder nadelige metabole effecten.

Klik hier voor een beknopt overzicht van de SGA studie.

Medewerkers SGA-studie: Manouk van der Steen, Jose Bontenbal-van de Wege en Eefje Mahabier.

Voor updates uit de SGA-studie en andere studies, kijk bij updates.