IUGR-1 studie

Een kind is ‘te klein’ geboren als zijn of haar geboortegewicht en/of geboortelengte te klein zijn voor de zwangerschapsduur. Dit noemen we ‘small for gestational age (SGA)’. Van alle kinderen die met een te kleine lengte worden geboren vertoont ongeveer 85% inhaalgroei en zal uiteindelijk een normale volwassen bereiken. De overige 15% behoudt echter zijn/haar gehele leven een te kleine lengte voor de leeftijd.

Doelstellingen

De IUGR-1 studie is gestart in 1991. De studie is opgezet om te onderzoeken of groeihormoon gebruik leidt tot een normale eindlengte. Een ander doel van deze studie was om te onderzoeken welke parameters belangrijke voorspellers zijn voor de groeirespons op lange termijn. Ook werd er gekeken naar verschillende aspecten van de gezondheid na het stoppen van groeihormoon behandeling.

Werkwijze

De IUGR-1 studie is een dubbelblinde groeihormoon dosis-respons-studie. Een dosis-respons-studie houdt in dat er twee verschillende doseringen groeihormoon worden gebruikt, te weten 3 of 6 eenheden groeihormoon per vierkante meter lichaamsoppervlakte per dag; een dubbelblind onderzoek betekent dat zowel de dokter als de ouders en het kind niet weten met welke groeihormoon dosering ze worden behandeld. Deze opzet van de behandeling is gekozen op wetenschappelijke gronden.

Voor de IUGR-1 studie kwamen alleen kinderen in aanmerking die bij de geboorte een groeiachterstand hadden opgelopen en die op de leeftijd van tenminste 3 jaar geen inhaalgroei hadden vertoond. Om de groeisnelheid zonder invloed van een eventuele puberteitsgroeispurt te kunnen beoordelen werden alleen kinderen zonder puberteitskenmerken behandeld. Vanzelfsprekend gaven de ouders van de kinderen hun schriftelijke toestemming voor deelname aan de behandeling.

In dit behandelingsonderzoek wordt het effect bekeken van groeihormoon op de groeisnelheid, botrijping, puberteitsbeloop en de volwassen eindlengte. Daarnaast wordt ondermeer gekeken naar de effecten op de concentraties van groeifactoren (IGF-I en IGF-II), één van de IGF-bindende eiwitten (IGFBP-3) en de suiker- en vetstofwisseling.

Nacontrole onderzoek

In 2005 is een nacontrole onderzoek gestart, waarmee wordt onderzocht wat de lange termijn effecten zijn van groeihormoon behandeling. We onderzoeken hierbij dus de gezondheid van de groeihormoongebruikers, nadat ze gemiddeld 5 jaar geleden zijn gestopt met de groeihormoonbehandeling.

Dit onderzoek bestaat uit een aantal verschillende tests waarvan de resultaten vergeleken worden met die van jongvolwassenen die geen groeihormoonbehandeling hebben gehad. De metingen die onder andere worden verricht zijn: lengtemeting en gewicht, een meting van de lichaamssamenstelling en botdichtheid door middel van een DEXA-scan, een echo van de halsslagader en een suikertest.

Momenteel zijn we nog druk bezig met het bestuderen en verzamelen van de gegevens. Hier kunt u binnenkort meer lezen over de resultaten van het nacontrole onderzoek.

Resultaten

Groei

Bijna alle kinderen die hebben deelgenomen aan de IUGR-1 studie hebben een normale lengte bereikt binnen 5 jaar na de start met groeihormoonbehandeling. Van alle kinderen bereikte 98% de streeflengte (gebaseerd op de lengte van de ouders) en 85% bereikte een normale volwassen lengte in vergelijking met de gemiddelde bevolking. Dankzij de groeihormoonbehandeling was de volwassen lengte van meisjes 11-13 cm langer en van jongens 12-14 cm langer dan voorspelt voordat ze met de groeihormoonbehandeling startten. De groep die de hogere dosering groeihormoon ontving werd uiteindelijk gemiddeld een klein beetje langer, maar dit verschil was niet significant.

BMI

De BMI van de deelnemers van de IUGR-1 studie was voor start van groeihormoonbehandeling lager dan die van de gemiddelde bevolking. We kunnen de BMI uitdrukken in SD score (BMI-SDS). Dit betekent dat de BMI is gecorrigeerd voor de leeftijd en het geslacht. Als een jongen van 9 jaar oud een BMI-SDS van 0 heeft, betekent dit dat hij, vergeleken met jongens van dezelfde leeftijd, een gemiddeld BMI heeft. Een negatieve BMI-SDS betekent dat de BMI lager is dan die van leeftijdsgenootjes.

Voor de start van groeihormoonbehandeling was de BMI-SDS gemiddeld -1.2. De BMI-SDS was echter na 5 jaar groeihormoonbehandeling gestegen naar -0.3. Deze stijging in BMI-SDS was niet verschillend tussen de twee verschillende doseringsgroepen.

Groeifactoren en bindende eiwitten

Vóór aanvang van de groeihormoonbehandeling waren de gemiddelde concentraties aan IGF-I en het IGF bindende eiwit IGFBP-3 duidelijk verlaagd in vergelijking met gezonde kinderen. Deze bevinding ondersteunt de veronderstelling dat er bij kinderen met een kleine gestalte na IUGR, stoornissen zijn in het GH/IGF-I systeem. Groeihormoonbehandeling leidde tot een duidelijke stijging van het gemiddelde gehalte aan IGF-I en IGFBP-3 in het bloed.

In de eerste 3 jaar na de start met groeihormoonbehandeling was het IGF-I gemiddeld hoger in de groep met de hogere dosering groeihormoon. Dit verschil verdween echter hierna en was niet meer significant na 5 jaar behandeling met groeihormoon.

Suikerstofwisseling

Het is bekend dat mensen met reuzengroei als gevolg van chronische overproductie van groeihormoon, soms (neiging tot) suikerziekte kunnen vertonen. Daarnaast is het zo dat onbehandelde kinderen met IUGR tevens neiging kunnen hebben tot het ontwikkelen van suikerziekte. Om deze redenen werd de suikerstofwisseling gedurende de groeihormoonbehandeling gevolgd. De suikergehaltes in het bloed bleven tijdens de groeihormoonbehandeling binnen de norm. De insulinespiegels in het bloed namen wel toe, maar dit effect verdween al na 6 maanden na het stoppen van de groeihormoonbehandeling. Er werd geen verschil gevonden tussen de beide groeihormoondoseringen. Geen van de kinderen ontwikkelde suikerziekte.

Vetstofwisseling

Tijdens de groeihormoonbehandeling bleken zowel de cholesterolspiegels als de andere vetgehaltes in het bloed niet duidelijk te veranderen. Ook werd er geen verschil gezien tussen de verschillende doseringen.

Bloeddruk

In het verleden is aangetoond dat een laag geboortegewicht mogelijk samenhangt met een verhoogde bloeddruk. Tijdens groeihormoongebruik daalde de bovendruk, die bij start van groeihormoonbehandeling iets hoger was dan gemiddeld, tot een normale bloeddruk. De onderdruk was al normaal bij de start van groeihormoonbehandeling, maar deze daalde ook significant tijdens groeihormoongebruik. Een half jaar na het stoppen van de groeihormoonbehandeling waren deze effecten nog steeds te zien.